Gedichten van Ruth van Rossum
Op het symposium voor het 70-jarig bestaan van de vakgroep Medische Psychologie van Radboud UMC en het afscheid van Judith Prins, droeg dichter Ruth van Rossum een aantal gedichten voor. Twee gedichten werden ook voorgedragen bij het LVMP middagsymposium op 20 juni jl. Op verzoek van de aanwezige leden verschijnen ze hierbij op de website.
Ruth publiceerde de bundels Eilandranden en Sakasegawa, en een bewerking van de Rubaiyat van Omar Khayyam. Binnenkort verschijnt De maanprinses. Ze is dichter voor eenzame uitvaarten en andere specifieke gelegenheden, vraagt met poëzie aandacht voor wat volgens haar hart aandacht behoeft, en treedt op. Als u haar wilt benaderen om een gedicht te maken of voor een bijdrage aan een bijzondere gelegenheid kunt u haar vinden op Linkedin. Ruth is ook manager bij de Rijksoverheid waar ze trajecten begeleidt om met de omgeving tot nieuw beleid te komen voor ingewikkelde vraagstukken.
Het lichaam en de geest
Je lichaam heeft je iets geflikt – je moet een gast tolereren
die tegen jouw zin langskwam en nu ook nog blijft logeren.
Je graait in het rond naar behandeling en hoop –
is er iets waardoor ik misschien kan genezen?
Hoe moet je arme hoofd dit rijmen:
je huis lijkt onveranderd maar het heeft scheuren in de vloeren,
de trap hangt uit zijn voegen, de hele boel staat onder stroom.
Het kan zomaar verdwijnen: de illusie van regie,
het vertrouwen in een lijf, de vanzelfsprekendheid van morgen.
In deze chaos dan maar een touwbrug zien te knopen.
Er zit niets anders op dan over donker water gaan,
een behoedzame vriendschap sluiten met een eigenzinnig lijf,
met een ontregelde geest iets van houvast leren maken
om stap voor stap te leven in een wankel bestaan.
Geologen
Soms willen mensen hier niet zitten.
Een dokter heeft ze gestuurd maar ze hebben het niet nodig.
We beginnen. Ik stel vragen. Er komt een verhaal.
Ze zijn bang – dat het terugkomt en hoe het dan verder,
wat blijft er behouden als mijn lichaam verkruimelt,
als ik het zelf niet meer kan, kom ik dan alleen te staan?
Soms verschijnen er andere oudere verhalen.
Ze zaten jaren lang weggestopt in dozen op zolder
of zijn zelf liefdevol naar een kelder gekropen.
Ze knipperen in het licht, krabbelen onwennig op
om dan tomeloos de ruimte in te stromen.
Koude ouders, dode baby’s, kapotte dromen
en nog meer – de ontreddering woelt alles open.
Ik destilleer uit hun verleden de mechanismen in het heden.
Welke gedachten pakken als vanzelfsprekend de macht
en welk handelen gaat met ze aan de haal?
Als geologen zoeken we naar de aderen van hun kracht,
we smeden relingen om opnieuw te leren leven.
