Column Jurgen Knobel: Veerkracht

Als klinisch psycholoog, opgeleid in de systeemtherapie en werkzaam in een ziekenhuis, zie ik dagelijks de veerkracht van medewerkers in de zorg. Op de werkvloer zie ik terug wat Froma Walsh (Co-founder van het Chicago Center for Family Health) schrijft over de kracht van overtuigingen, organisatie en communicatie. Volgens haar is veerkracht het resultaat van een dynamisch groepsproces in een gezin, familie, bedrijf of maatschappij. Overtuigingen binnen het systeem, organisatiestructuur en hoe men onderling communiceert bepalen de mate van veerkracht van het systeem.

Overtuigingen (over de impact van COVID-19) beïnvloeden onze veerkracht op verschillende manieren. Allereerst is de betekenis die we aan tegenslag toeschrijven van belang. Moeten we tegenslag vrezen, ontkennen (illusie van onkwetsbaarheid), of aanvaarden dat dit bij het leven hoort? Door te ervaren dat tegenslag een onderdeel is van het leven, kunnen we emotionele impact en fysieke spanningsreacties normaliseren. We ontwikkelen onszelf door tegenslag en frustratie; uitdagingen waar we voor staan maken we haalbaar. Onverwachte tegenslag die ook nog machteloos maakt (zoals de vele IC-opnames en overledenen door COVID-19) is op het moment zelf moeilijk van betekenis te voorzien en compliceert ons vermogen tot herstel. Weten dat je hierin gesteund wordt door anderen (overheid, zorgmedewerkers en naasten) is dan van extra groot belang.
Mensen ontlenen in deze tijd steun aan hun geloof, spiritualiteit of een hoger doel in het leven. Het hogere doel voor onze maatschappij is deze tijd zo menswaardig mogelijk te doorstaan (IC-opnames spreiden, gelijkheidsbeginsel handhaven, afscheid kunnen nemen bij sterven). Ook is het waardevol om nu professioneel van betekenis te kunnen zijn voor een ander. Het is prettig om je verbonden te voelen met collega’s en te kunnen vertrouwen op de handelwijze van de ander. Samen de schouders eronder zetten creëert gemeenschapszin. Er voor anderen zijn, gaat hand-in-hand met zelfzorg.
Hoop, optimisme en het vertrouwen dat we er met elkaar wel doorheen komen (“Yes, we can!”, “Wir schaffen das!”, #samensterk) zijn overtuigingen die ons helpen. De leerervaring dat onze inspanningen (handen wassen, social distancing, etc.) iets bijdragen aan het eindresultaat (afvlakken van de exponentiële groei aan infecties), leidt tot optimisme en volharding. Ondanks het besef van de onontkoombaarheid van een naargeestige werkelijkheid (langdurige IC-opnames en overlijdens door COVID-19), richt een optimistische bias de aandacht op onze kansen. Dit heeft al geresulteerd in een ‘evolutionaire’ spurt in E-health/beeldbellen en ‘out-of-the-box’ initiatieven (zoals peersupport/reflectiemomenten voor artsen/verpleegkundigen door psychologen).
De overtuiging dat we ons het mogelijke eigen kunnen maken, helpt ons te accepteren wat niet veranderd kan worden en onzekerheid te verdragen.

Een succesvolle organisatie helpt individuen leren van wat zich heeft voorgedaan (‘post-traumatische groei’). De sterkeren bieden een omgeving waarin diegenen die zijn aangedaan weer kunnen opladen, om zo de balans van het geheel te kunnen herstellen. Structuur (vaste reflectiemomenten) en weten dat je wordt opgevangen (voorspelbaarheid) bieden houvast in tijden van onzekerheid. Dagelijkse rituelen (ook ontbijten, douchen, aankleden als je thuiswerkt) horen daarbij.
Succesvolle partnerrelaties kenmerken zich door verbondenheid, betrokkenheid en elkaars verschillen (in omgaan met situaties) erkennen, respecteren en na conflicten kunnen repareren; dit geldt ook voor teams. Ouders met kinderen voorkomen overbelasting door gebruik te maken van crèche, school of grootouders voor oppas.
Zo kan het team worden uitgebreid (uitgestroomde/gepensioneerde verpleegkundigen/artsen weer inzetten), als het overbelast dreigt te worden.
Werkgever en overheid hebben de belangrijke taak dit te faciliteren.

Helder en congruent blijven communiceren is de derde voorwaarde voor veerkracht in systemen. In crisissituaties staat dit onder druk. Nieuw beleid wordt gecommuniceerd zonder dat dit eerst voldoende volgens de lijn is afgestemd of pijnlijke boodschappen worden verzacht, vaak met de beste bedoelingen. Ambigue boodschappen zijn het gevolg en de ontvanger van de boodschap reageert instinctief op dat wat niet gezegd wordt. Door feitelijke informatie, ook als deze pijnlijk is, te delen en te verduidelijken helpen we anderen om betekenis te geven aan de situatie en zelf tot keuzes te komen.
Door (deel)problemen gezamenlijk te bespreken kan gebruik worden gemaakt van de vindingrijkheid van de teamleden. Anders dan in Wuhan, Italië of zelfs Noord-Brabant, is de rest van Nederland meer voorbereid op wat komen gaat. Dit helpt om helder te blijven denken en communiceren.
Open communicatie (ondersteund door wederzijds vertrouwen, empathie en tolerantie voor verschillen) vergemakkelijkt het delen van gevoelens. Als ook teamleiders/stafleden hun eigen ervaren ambivalenties bespreken, opent dit de deur voor andere teamleden om te delen.
Als het leven verzadigd dreigt te worden door problemen, is het juist belangrijk om samen aandacht te besteden aan verjaardagen en feestelijke mijlpalen. Humor en samen plezier maken brengt hernieuwde energie.

 

Jurgen Knobel, klinisch psycholoog bij OLVG te Amsterdam, secretaris LVMP

 

Bronvermelding:

Congres Trauma en Veerkracht met Froma Walsh (2019) RINOgroep Utrecht.

Walsh, F. (2003) A framework for clincal practice. Family Process, 42, 1, 1-18