De feuilleton: ‘Hoe zie jij dat?’ – Hoe maak jij het warm?
Jeanette van Dongen-Melman is klinisch psycholoog-psychotherapeut en wetenschapper.
Hoe maak jij het warm?
We voelen het al aankomen. De zomer is afscheid aan het nemen. Misschien nog af en toe een late nazomerse dag, even lekker in de zon, genietend van de warmte en de kleurende herfstbladeren, maar we weten dat het verglijden van de seizoenen onontkoombaar is. Guur weer op komst; koud en kil, nat en naar. Buiten kunnen we daarvoor niet schuilen, wel binnen, het liefst dicht bij elkaar. Een lichtje aan, kopje thee, dekentje op de bank, afspreken met familie en vrienden, spelletjes doen, kletsen. We maken het knus en gezellig; zo komen we de barre tijden wel door.
Voor onze patiënten is met het horen van een diagnose en het ondergaan van een behandeling vaak ook “een eind aan de zomer gekomen”. Ze betreden een nieuwe omgeving en een nieuwe wereld én een nieuwe innerlijke belevingswereld. Want als je te horen krijgt dat je ziek bent, raakt je brein nogal uit balans. Hoe ernstiger en langduriger de ziekte en de behandeling, hoe meer het brein wordt geraakt en hoe langer de innerlijke belevingswereld uit balans is.1 Dat is de natuurlijke gang van zaken. Net zoals we de seizoenen niet kunnen veranderen, zijn de natuurlijke reacties van ons brein wanneer het tegenzit ook niet te veranderen. Hoe graag we dat als medisch psychologen ook zouden willen. Moeilijk voor ons medisch psychologen, want we wíllen immers graag helpen. Op het moment dat iemand bij ons komt, willen we iets dóen. Oók dat is een natuurlijke reactie van ons brein. Daarom zijn behandelingsprotocollen zo handig; die sluiten aan bij onze aangeboren actie-tendens: iets doen en dan nog precies het juiste (denken we).
Maar laat een brein dat uit balans is, nu net wat anders nodig hebben dan onze protocollen. Want emoties gaan vóór cognitie.1 Het brein van de patiënt heeft, net als dat van ons, in barre tijden een schuilplaats nodig. Om menselijke warmte te voelen; om er niet alleen voor te staan. Door erkenning te geven aan wat de patiënt voelt, voelt die zich gehoord en gezien. Zo ontstaat verbinding. En dan gebeurt zoals kinderarts Anne de Pagter prachtig uitlegt: “In de échte verbinding tussen hulpverlener en patiënt zit een wederkerigheid en daar ligt de sleutel tot goede zorg. Wanneer we díe verbinding met de patiënt zoeken, volgt de perfecte zorg vanzelf.”2
We hebben het dan over de niet-specifieke werkzame factoren in de medische psychologie: gespreks- en luistervaardigheden, inclusief non-verbale communicatie. Want een goed gesprek is balsem voor het brein van de patient.1 Niet gerelateerd aan protocollen, maar hoe je je als medisch psycholoog verhoudt tot jouw patiënt. Die in de eerste plaats mens is. Misschien is dat wel de grootste uitdaging van ons vak, omdat je alleen door jezelf (als mens) de patiënt-mens kunt bereiken. Daar is geen handleiding voor. Dus ben ik benieuwd hoe jij dat doet, zodat we kunnen leren van jouw ideeën en creativiteit. Want ‘goed voorbeeld, doet goed volgen’. Wat is jouw ‘favoriete recept’ om bij de patiënt binnen te komen? Wil je ons een kijkje in jouw keuken geven? Dank alvast. (Graag je reactie op LinkedIn of naar pr@lvmp.nl).
Referenties:
- Van Dongen-Melman JEWM, Struijk MC. Re-integreren is aansluiten bij de werking van het brein. Tijdschrift Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde 2024, 32(5): 16-21.
- De Pagter APJ. Ziel in de zorg. Volkskrant. Opinie & Debat. 27 december 2019.

