De rol van de ziekenhuispsycholoog bij cara-patiënten

Mw. drs. A.C. Veenstra
St. Elisabeth ziekenhuis
Tilburg, 1992

Werkgebied van de ziekenhuispsycholoog

De omgang met CARA-patiënten bevindt zich voor de psycholoog op het terrein van de somatopsychologie: er is sprake van een reëele fysieke aandoening. Bij CARA is opvallend duidelijk dat psychische spanning, van welke aard dan ook, benauwdheidsklachten kan uitlokken of verergeren. Hierbij gaat het niet om bijzondere vormen van psychopathologie of neuroticisme bij patiënten. Dat wil zeggen dat iemand niet “gek” hoeft te zijn om baat te hebben bij een contact met een psycholoog.

Aandachtsgebieden voor de psycholoog

Aandachtsgebieden voor de psycholoog zijn:

  1. Hoe gaat de patiënt om met de klachten? (= coping). Met name: Is er sprake van gedrag dat de klachten verergert? Bijvoorbeeld het ontkennen van de klachten kan maken dat de patiënt teveel van zichzelf vergt waardoor de klachten toenemen.
  2. Veroorzaken de klachten psychische problemen? Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een toename van sociale isolatie door beperkte fysieke mogelijkheden.
  3. Is er sprake van psychische problemen of van karakterstruktuur waardoor de lichamelijke klachten kunnen verergeren? Wanneer de patiënt bijvoorbeeld een subassertief, gespannen en angstig karakter heeft, is de kans groter dat er klachten optreden die ernstiger zijn dan medisch verklaarbaar is.

Doel

Doel voor de psycholoog is niet het vergroten van de longfunktie, maar het vergroten van de greep van de patiënt op zijn aandoening, het zo nodig reduceren van angst en spanning en het aanleren van copingvaardigheden.

WERKWIJZE VAN DE PSYCHOLOOG

A. Onderzoek

De ziekenhuispsycholoog onderzoekt of er sprake is van problematiek in bovenstaande gebieden door middel van een of meer anamnese-gesprekken, liefst met de partner. Indien nodig worden deze gesprekken aangevuld met een psychologisch persoonlijkheidsonderzoek en/of registratielijsten. Samen met de patiënt wordt gekeken naar de rol die de CARA in zijn/haar leven speelt, in samenhang met de psychische toestand.

B. Advies

Met de verzamelde gegevens wordt een en ander op een rijtje gezet en wordt een advies gegeven. Dit advies kan varieren van “geen verder contact” tot “enkele gesprekken met concrete behandelingsvoorstellen”.

C. Behandeling

Er zijn bijna evenveel behandelingen denkbaar als er persoonlijkheden en (voor ieder individu specifieke) problemen bij mensen zijn. Veel voorkomende onderdelen bij de behandeling van CARA-patiënten zijn:

  • Relaxatietraining, onspanningsoefeningen in diverse moeilijkheidsgraden;
  • Methoden om de patiënt te leren spanning beheersbaar te maken, te reduceren of te vermijden;
  • Het bespreken van de wijze van omgaan met de klachten, en het oefenen van nieuw gedrag door middel van opdrachten ( = “gedragstherapie”);
  • Self-management training en patiëntenvoorlichting;
  • Assertiviteitstraining;
  • Indien nodig, het werken aan acceptatie van de CARA door middel van gesprekstherapie;
  • Partner-relatiegesprekken indien de CARA in de interaktie tussen beide partners een problematische rol speelt.

Behandeling bij een ziekenhuispsycholoog is per definitie kortdurend. Wanneer de indruk bestaat dat een intensieve langdurende psychotherapie noodzakelijk zal zijn voor zeer ernstige en hardnekkige problematiek, wordt verwezen naar een externe psychotherapeut (vrijgevestigd of bij het RIAGG/GGZ). Indien nodig kan ook de psychiater ter consult worden gevraagd.

DE ROL VAN DE PSYCHOLOOG IN HET RDB CARA-TEAM

Signaleringsfunktie en adviserende funktie

De psycholoog heeft binnen het CARA-team een signalerende, en een adviserende funktie. Bij het bespreken van patiënten zal de psycholoog alert zijn op psychologische factoren in het functioneren van de patiënt. De leden van het CARA-team kunnen indien nodig de psycholoog ter consult vragen.

Bij iedere patiënt die in RDB-CARA behandeling komt worden standaard 3 vragenlijsten ten behoeve van de psycholoog afgenomen om bestaande problematiek te kunnen signaleren. Deze vragenlijsten (Medisch Psychologische Vragenlijst voor Longpatiënten; Utrechtse Coping Lijst en de Symptom Checklist)
geven een indruk hoe de patiënt de CARA hanteert, of de patiënt problematiek ervaart e.d.

Welke patiënten komen in aanmerking voor verwijzing?

Patiënten kunnen door de longarts of revalidatie-arts verwezen worden naar de psycholoog voor onderzoek, advies en/of behandeling. Andere disciplines kunnen een verwijzing naar de psycholoog voorstellen aan de specialisten of tijdens de patiëntenbespreking van het CARA-team aan de orde brengen.

Onder andere de volgende patiënten komen voor verwijzing in aanmerking:

  • Patiënten waarbij sprake is van psychisch lijden. De patiënt geeft zelf aan last te hebben van spanningen of angsten; of de patiënt heeft moeite met het omgaan met de CARA. De hulpvraag bij de patiënt is duidelijk aanwezig en men is vaak gemotiveerd om samen met een psycholoog de problemen eens nader te bekijken.
  • Patiënten waarbij de leden van het CARA-team observeren of vermoeden dat door bepaalde gedragingen en/of psychische problematiek de CARAklachten erger zijn dan medisch gezien verklaarbaar is. De patiënt is zich hiervan niet bewust en heeft geen hulpvraag op psychisch vlak. Verwijzing naar een psycholoog vraagt meestal enige voorbereiding en onderbouwde uitleg. De motivatie bij de patiënt is vaak laag.
  • Patiënten die de CARA ontkennen, niet willen accepteren en geen rekening houden met de beperkingen die de CARA in hun leven oplegt. Bij deze patiënten kost verwijzing de meeste moeite aangezien zij niet verwezen willen worden voor iets wat zij niet willen erkennen in hun leven.

Het verwijzen van een patiënt

Bij de gemotiveerde patiënt die zelf al een hulpvraag ervaart zal een verwijzing geen enkel probleem opleveren. De patiënt dient enkel geattendeerd te worden op de aanwezigheid in het ziekenhuis van een psycholoog die gespecialiseerd is in het begeleiden van patiënten bij de omgang met hun ziekte.

Bij (nog) niet gemotiveerde patiënten is het van belang een verwijzing naar de psycholoog met zorg te onderbouwen. Een globale uitleg van de taken van de psycholoog bij CARA-patiënten, zoals hierboven beschreven, is wenselijk. Vooral bij oudere patiënten is het vaak nodig hen gerust te stellen, door er op te wijzen dat een verwijzing naar de ziekenhuispsycholoog geen “u-bent-gekverklaring” is, maar dat het hier gaat om begeleiding van normale patiënten die het vanzelfsprekend moeilijk hebben met hun ziekte.

Patiënten die de verwijzing zwaar opnemen kunnen eveneens gerust gesteld worden met de uitleg dat een verwijzing niet meteen een langdurige behandeling betekent, maar dat er eerst een kennismaking plaats vindt, waarna de patiënt alsnog de ruimte heeft het contact af te breken.

Bij patiënten kan interesse gewekt worden door de mogelijkheid voor te spiegelen om samen met een psycholoog eens een en ander op een rijtje te zetten, uit te zoeken wat de rol is van de CARA-klachten in het leven van de patiënt, en te zoeken naar mogelijkheden die de patiënt kan benutten om zijn/haar

welzijn te vergroten. Een psychologisch onderzoek kan men zich voorstellen als een rontgenfoto van de geest” en is hierbij een belangrijk hulpmiddel.

Voor patiënten die bij de psycholoog komen alleen komen omdat de specialist het wil” of zelfs het gevoel hebben “gestuurd” te zijn, is de prognose voor het verloop van het contact vaak slecht. De psycholoog benadrukt altijd dat er in principe niets gebeurt dat de patiënt niet wil en dat hij/zij altijd het recht heeft het contact of bepaalde behandelingsonderdelen te weigeren.

Afstemming met het CARA-team tijdens de behandeling

Wanneer de intake-fase gepasseerd is, kan een behandeling/begeleiding volgen. Voor de psycholoog is het van belang, om van de leden van het CARA-team informatie te ontvangen over het funktioneren van de patiënt. Tevens zal, indien nodig, advies of uitleg gegeven worden aan de leden van het CARA-team

over mogelijke oorzaken van eventueel problematisch funktioneren van de patiënt en de omgang daarmee. Aan het eind van de behandeling wordt gerapporteerd aan de verwijzend specialist. De mogelijkheid bestaat tevens de overige leden van het team, op hun verzoek, van een samenvatting van de rapportage te voorzien.