Feuilleton: Hoe zie jij dat? – In de AI-stress schieten. Óf toch niet…
Jeanette van Dongen-Melman is klinisch psycholoog, psychotherapeut en wetenschapper
In de AI-stress schieten. Óf toch niet…
Als medisch psychologen staan we altijd open om nieuwe ontwikkelingen toe te passen in de zorg voor mensen met een medische aandoening; waarvan het lichaam op een of andere manier is ontspoord en niet meer vanzelf in het gareel komt. In een ‘levend vakgebied’ als het onze is dat essentieel. We willen leren, nieuwe dingen toepassen en kijken of we daarmee de zorg aan onze patiënten kunnen verrijken. Zodat patiënten zich beter gezien en gehoord voelen en zich meer betrokken voelen bij hun behandeling. Zodat ze minder last hebben van pijn en bijwerkingen en een nieuw evenwicht kunnen vinden. Of, zoals we in vakjargon zeggen: zodat hun kwaliteit van leven toeneemt.
Vol goede moed zijn we daarom meegegaan met de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van digitalisering van dossiervorming, diagnostiek en behandeling, zonder dat we ons voldoende afvroegen of we daarmee ook wat zouden kunnen verliezen. Neem bijvoorbeeld het papieren dossier. Gedateerd, ja. Maar een dik dossier vertelde je al wat voordat je één letter had gelezen. Datumstickers lieten zien hoe lang de patiënt al bij de medisch specialist kwam. Een gekleurd vel papier maakte in één oogopslag duidelijk dat een bepaald onderzoek had plaatsgevonden. En terwijl je bladerde, selecteerde, vormde zich ondertussen een beeld van de patiënt.
Toen kwam het digitale dossier. Efficiënter, overal beschikbaar, gemakkelijker samenwerken, meer flexibiliteit in werkplek en daardoor, zo was de belofte, meer kwaliteit tijd voor de patiënt. Maar door de digitalisering, kon er ook méér geregistreerd worden. En die kans werd niet gemist: ‘Externe partijen zadelen artsen op met een hoop bureaucratische onzin’ 1. Bovendien kon de zorg in steeds meer stukjes worden geknipt, wellicht met het idee dat alle informatie in het dossier als vanzelf aan elkaar zou worden geplakt en één geheel zou vormen. Op het scherm klopt dat. Alle vakjes zijn aangevinkt. Maar wie heeft nog het overzicht?
En nu hebben we een nieuwe belofte: AI. Maar is dat zo? Wat winnen we en wat verliezen we? Winnen wij meer in- en overzicht? En wat winnen de grote tech bedrijven met alle data die door AI-beschikbaar komen? En ik zeg het meteen: hoe AI precies werkt weet ik niet (en ik begrijp velen met mij), maar vanuit van mijn vak zie ik wél de negatieve gevolgen ervan op het sociale weefsel tussen mensen en op het geestelijk welzijn. Onze breinen veranderen door het gebruik van internet, social media etc. en nog sneller met AI. Want AI neemt ons ‘(denk)werk’ uit handen dat we eigenlijk zelf moeten doen. En daarin ligt de verleiding, want ons brein is liever lui dan moe.2 En wil steeds iets nieuws, maar wel makkelijk en zonder moeite.
Halen we met AI een nieuw paard van Troje binnen? Met wervende teksten, gegenereerd door AI zelf, worden we verleid met dezelfde belofte als eerdere ICT-toepassingen: tijdwinst en kwaliteit; leidend tot FOMO (Fear Of Missing Out). Inmiddels weten we dat AI oncontroleerbaar kan ontsporen en geen moreel kompas heeft. Daarom moeten we de AI-ontwikkelingen niet blind volgen, maar nadenken hoe we slim gebruik kunnen maken van de enorme analyse- en integratiekracht van AI. Zelf de lead nemen. Ons steeds afvragen wat we winnen en wat we verliezen: voor de patiënt, ons vak en onszelf. Dat kan geen kunstmatig brein, dat alleen ons brein. Een menselijk brein dat ons emoties laat ervaren, ons laat voelen en daarop feedback geeft.3
Als we ons brein maximaal willen inzetten om de juiste zorg aan de juiste patiënt te geven, dan zullen we zelf moeten blijven kijken, voelen, twijfelen en nadenken. Want als we deze vaardigheden steeds minder gebruiken en diepte kennis en analytisch vermogen verliezen, kan dat leiden tot wat in de volksmond ‘brainrot’ heet. Tegelijkertijd verdwijnt de voldoening die je ervaart om je vak uit te oefenen. Om voeldoening te voelen is inspanning, moeite nodig. Ons vak gaat niet over hoe snel je patiënten kunt behandelen, maar hoe goed je een patiënt kunt behandelen. Dat geeft je als medisch psycholoog het gevoel dat je ertoe doet. Hét antigif tegen stress. (Graag je reactie op LinkedIn of naar pr@lvmp.nl)
Referenties:
- Göbel A. Het prachtige doktersvak is niet meer van ons. Externe partijen zadelen artsen op met een hoop bureaucratische onzin. Medisch Contact. 2021; 76: 24-26.
- Solms M. The hard problem of consciousness and the free energy principle. Front Psychol. 2019; 9; 2714.
- Pansepp J, Biven L. The archeology of mind. Neuroevolutionary origins of human emotions. NY: Norton 2012.

