Oratie onbegrepen klachten

Op 1 april 2014 was de oratie van Judith Rosmalen, werkzaam bij het UMCG. Zij behandelde in haar oratie onbegrepen lichamelijke klachten. Voor veel van de lichamelijke klachten waarmee mensen naar de dokter gaan, wordt geen verklaring gevonden. Artsen vinden patiënten met dit soort onbegrepen klachten veelal moeilijk te behandelen en patiënten voelen zich niet altijd serieus genomen. Dit soort onbegrepen klachten brengt veel leed met zich mee en veroorzaakt veel lijden. Om te komen tot effectievere behandelingen is het belangrijk om meer zicht te krijgen op hoe onbegrepen lichamelijke klachten ontstaan, stelt Rosmalen.

Epidemiologisch onderzoek heeft een aantal risicofactoren voor de ontwikkeling van onbegrepen klachten geïdentificeerd. Dit betreft factoren als stressvolle ervaringen in de jeugd, persoonlijkheidseigenschappen, infectieziektes en ongevalsletsel. Er zijn echter grote verschillen tussen individuele patiënten voor wat betreft het belang van deze factoren voor hun klachten. Iedere patiënt is uniek, maar in onderzoek wordt vaak gekeken naar groepen patiënten waarbij weinig rekening wordt gehouden met individuele verschillen.

De onderzoeksgroep van Rosmalen ontwikkelt een innovatieve benadering, waarin voor individuele patiënten persoonlijke profielen worden gemaakt. Rosmalen: ‘Voor deze benadering meten we een patiënt gedurende een langere tijd op een multidisciplinaire manier, waarbij we zowel klachten als biomedische en psychosociale risicofactoren in kaart brengen. We vergelijken dan goede en slechte dagen van een patiënt en analyseren welke factoren er bij die patiënt specifiek voorafgingen aan dagen met veel versus weinig klachten. Voor iedere patiënt wordt een model berekend dat voorspelt hoeveel last iemand van zijn of haar klachten heeft, en welke psychosociale en biomedische factoren daaraan bijdragen. Op deze manier hopen we tot daadwerkelijke biopsychosociale “personalized medicine” te komen, waarin de behandeling wordt afgestemd op de factoren die bij die specifieke patiënt de grootste bijdrage leveren aan zijn of haar klachten.’