Column Sociaal Overdraagbare Aandoening (SOA) 2: Risicogedrag

Uit gedragsonderzoek (RIVM,15-7-2020) blijkt dat het percentage deelnemers dat aangeeft zich te houden aan de hygiënemaatregelen, zoals handen wassen en hoesten of niezen in de elleboog, redelijk stabiel is gebleven. Bijna 99% van de deelnemers zegt geen handen meer te schudden. Handen wassen lukt in gemiddeld 77% van de situaties. 40% geeft aan te denken vaker dan 10 keer per dag hun handen te hebben gewassen. Hoe meer mensen elkaar weer ontmoeten, hoe belangrijker het is dat mensen zich aan de hygiënemaatregelen houden. Na verloop van tijd geven minder deelnemers aan zich aan de 1,5 meter afstand te houden. In vergelijking met de eerste meting is een afname van circa 10% te zien van het aantal mensen dat afstand houdt. Zes op de tien Nederlanders geven aan de afgelopen week niet op een drukke plek te zijn geweest waar ze geen 1,5 meter afstand konden houden. Van de vier die wel op een te drukke plek zijn geweest besloot één van hen rechtsomkeer te maken.

Loopt u risico? Houdt u zich ook aan de hygiënemaatregelen, maar heeft u net als ik ook al anderen (dan die toebehorend aan uw primaire systeem) toegelaten tot uw persoonlijke ruimte (1,5m)? Was dat weloverwogen? In een opwelling? Of is het u overkomen zonder dat u het tijdig opmerkte?

We zien om ons heen dat men de teugels laat vieren, ondanks (nog) kleine regionale uitbraken en de onveranderde ernst van het beloop voor mensen met onderliggend lijden en senioren. Waarom houden mensen zich niet aan de spelregels? Een klein deel doet dit moedwillig, vanuit een verzet tegen opgelegde voorschriften. Er speelt een autoriteitsconflict of men is het inhoudelijk niet eens met de voorschriften. Een deel is overvoerd geraakt door berichten uit de media over overlijdens en blijvende ernstige klachten. Een deel verlangt terug naar hoe het leven was (zonder COVID-19) en handelt daar naar.

Maar ook degenen die zich aan de ‘1,5m-maatregel’ houden, komen in de verleiding. Door een succesvolle lockdown zijn er sinds juni in Nederland veel minder mensen geïnfecteerd. De kans om geïnfecteerd te raken is fors kleiner dan een aantal maanden geleden. Gevaar schatten we zowel analytisch als met gevoel in. Analyseren vereist bewustzijn, inspanning, leervermogen, en is traag. Een gevoelsmatige inschatting is snel, associatief en minder vanuit bewuste aandacht. Een gevoelsmatige inschatting lijkt te worden gekenmerkt door een overschatting op geluk en succes (zoals de loterij winnen) en een onderschatting van risico (illusie van onkwetsbaarheid). Bij een dilemma geeft de gevoelsmatige inschatting meestal de doorslag.

Ik zelf? Ik beantwoorde (voordat ik het door had) een uitgestoken hand met mijn hand. Ik omhelsde vrienden, die ik lang niet gezien had. Mijn schoonmoeder heb ik laatst bij het afscheid een knuffel gegeven. En een etentje bleek in een ‘shared dining’ restaurant te zijn waar de stoelen relatief dicht bij elkaar stonden. Ik besloot niet rechtsomkeer te maken. Met etiquetteregels als “never a second dip” en “een eetlepel is geen opscheplepel” kom je dan een heel eind.

Na maanden sociale isolatie is het menselijk om te verlangen naar contact en aanraking. De verleiding om toe te geven aan de drang naar nabijheid is dan des te moeilijker te weerstaan. Het blijft van belang ons te realiseren dat dit risicovol kan zijn. Geniet van elkaar en maak het naleven van gedragsregels bespreekbaar. En voor zover u dat nog niet doet, ook met uw patiënten.

 

Jurgen Knobel, klinisch psycholoog OLVG Amsterdam
Secretaris LVMP

Deze column is onderdeel van  een serie over infectieziekten. Lees de eerste column uit de serie hier.