Schuld en schaamte (Jurgen Knobel)

Infectieziekten als COVID-19, hiv, herpes en meningitis onderscheiden zich van andere somatische aandoeningen doordat zij overdraagbaar zijn aan anderen. De wijze van overdracht (hoesten, niezen in nabijheid, fysiek of seksueel contact) kan verschillen en ook de ernst van de klachten, maar altijd is er sprake van een interactie tussen twee of meer personen.
De één draagt het virus bij zich, is infectieus, draagt het virus over, besmet, infecteert.
De ander loopt gevaar, loopt het op, wordt besmet, raakt geïnfecteerd.
We worden geacht onszelf te beschermen tegen het virus. Aan de andere kant spreekt de overheid de potentiële drager van het virus aan op diens verantwoordelijkheid om overdracht te voorkomen.
Anders dan in het voorjaar van 2020, kunnen we ons niet meer verschuilen achter naïviteit. Iedereen weet nu dat we iets kunnen doen en/of laten om het risico op overdracht te minimaliseren. Hoewel de drager vaak niet bekend is met zijn of haar status (positief of negatief getest op het betreffende virus), omdat er (nog) geen klachten zijn en/of omdat men zich nog niet heeft laten testen, is men zich over het algemeen wel bewust dat er sprake is geweest van risicogedrag (feestje gehad met familie of vrienden, terugkomen vanuit een ‘oranje’ vakantieland, date gehad).

 

Wij psychologen, zien beroepsmatig alleen de patiënten die psychische of cognitieve klachten hebben ontwikkeld na geïnfecteerd te zijn geraakt (met hiv, herpes, meningitis, COVID-19).
Bij een deel van hen ligt aan de psychische klachten een innerlijke worsteling ten grondslag.
Enerzijds worstelt men met het ervaren slachtofferschap: “Hoe ga ik om met mijn boosheid ten opzichte van degene die me geïnfecteerd heeft?” En de eigen rol ten aanzien van het verlies: “Hoe is me dit kunnen overkomen?”, “Hoe kon ik zo naïef zijn?”
Anderzijds kan men worstelen met de gedachte als (nieuwe) drager van het virus ook verantwoordelijk te zijn (geweest) voor de besmetting van een ander. “Hoe heb ik de ander dit kunnen aandoen?”.
Het is vrijwel nooit de intentie om de ander te infecteren, maar zeker als de mate van klachten bij de ander ernstig is of deze klachten blijvend zijn of als zelfs de ander is overleden, ontkomt de verspreider van het virus niet aan de schuldvraag. Hierbij is het van belang een onderscheid te maken tussen daadwerkelijk schuldig zijn en je schuldig voelen. De schaamte wordt voelbaar als men zichzelf en anderen onder ogen moet komen.

 

Schuld is de evaluatie van een handeling of een nalatigheid, waardoor men een ander schade heeft berokkend. Men heeft niet voldaan aan een norm en dat kan betrokkene verweten worden en hij/zij verwijt het zichzelf. Schaamte heeft betrekking op het niet voldoen aan een ideaalbeeld; men is niet wie men denkt te zijn. Deze negatieve aspecten van het zelf worden moeilijk verdragen en worden (door velen van ons) het liefst ongedaan gemaakt of op afstand gehouden (door er bijvoorbeeld niet over na te denken).
De emotionele impact van schaamte en schuld, heeft een relationele functie. Schaamte en schuld fungeren als een straf van binnenuit, die de kans verkleint dat het risicogedrag opnieuw optreedt. Schuld en schaamte zijn verder nutteloos, maar kunnen intrapsychisch leiden tot ernstige psychische klachten. Het is aan ons, als psychologen, om onze patiënten te helpen onder ogen te zien, wat men eerder niet wilde weten en de schuld en schaamte te leren verdragen.

 

In recent onderzoek (RIVM, 27-7-2020) geeft bijna iedereen (92%) aan het (heel) erg te vinden het virus door te geven aan iemand anders. Mensen tonen grote bereidheid om in isolatie te gaan als ze een positieve testuitslag zouden krijgen (95%) of als een huisgenoot positief getest zou worden (84% ja, 10% weet het niet). Toch bleek het draagvlak om zich te laten testen en/of thuis te blijven af te nemen. Het ‘niet-willen-weten’ lijkt opnieuw een gangbaar innerlijk (menselijk) mechanisme om te kunnen verdragen dat men zelf een potentieel infectiegevaar vormt. Door ‘niet-willen-weten’ worden gevoelens van schaamte en schuld op afstand gehouden. ‘Niet-willen-weten’ heeft vaak de functie (lustvolle) gewoontes voort te kunnen zetten; denk hierbij bijvoorbeeld ook aan het voortzetten van middelengebruik. In de context van COVID-19 gaat het dan om de ervaren vrijheid en de behoefte aan (fysiek) contact niet willen opgeven. De prijs (schuld en schaamte) betaalt men dan mogelijk later……

 

Jurgen Knobel, klinisch psycholoog OLVG Amsterdam
Secretaris Landelijke Vereniging Medische Psychologie (LVMP) en Sectie Psychologen Algemene en Academische ziekenhuizen (PAZ) van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Deze column is de derde uit een serie over infectieziekten.
Lees de eerste column uit de serie hier.
Lees de tweede column uit de serie hier.